
Cruise control
(19/06/2010) In 1989 kocht ik een Citroën AX. Op zeker moment las ik in één van de folders iets over een cruise control. Een apparaatje waarmee je de snelheid van de auto kunt fixeren. Dat apparaatje heb ik gekocht. Ik geloof dat het ƒ 99,- kostte. Het werd aangesloten op de gasklep van de auto die uitgerust was met een carburateur. Verder werd er een elektrische verbinding gelegd met de remlichtschakelaar. Als ik 100 km/u wilde rijden, dan drukte ik een palletje in. Zolang je niet van rijrichting of hoogte veranderde, bleef de auto gewoon 100 rijden. Reed ik een tunnel in, dan ging de snelheid omhoog en als ik er weer uit reed, ging de snelheid naar beneden. Maar de gemiddelde snelheid lag rond de 100 km/u.
Een jaar of vier geleden kocht ik een Renault Clio diesel. Deze heb ik laten voorzien van een cruise control van John Gold. De werking van dit ding was anders. Gezien het prijsverschil mocht dat ook wel, want deze kostte mijn een kleine € 500,-. Daar was het apparaat wel voor ingebouwd.
Er zaten een aantal knoppen op. Je kon een aantal snelheden instellen. Dat heb ik nooit gedaan. Wel gebruikte ik de cruise control veel, want je kunt je rechtervoet buiten gebruik nemen zolang de verkeersstroom regelmatig is. Het maakt autorijden veel eenvoudiger.
De Clio is niet meer en nu heb ik een Citroën Xsara. Die is eveneens met cruise control uitgerust. Er zitten drie knoppen op voor de bediening. Twee aan de achterkant waarmee de snelheid verhoogd of verlaagd wordt. Één om de cruise control uit te schakelen.
Als ik bijvoorbeeld naar Utrecht rij, dan kan ik van de kleine 200 kilometer ongeveer 150 kilometer rijden terwijl de cruise control is ingeschakeld.
Omdat je constanter rijdt, is je brandstofverbruik gunstiger. Een apparaat regelt meestal beter dan een voet. Ik geloof overigens niet dat je de meerkosten (als het apparaat naderhand opgebouwd wordt) zult terugverdienen. Het is gewoon een extra stuk gemak.
(23/08/2010) Vandaag bij de “Vraag Vandaag” in het DvhN: de cruise control zou niet altijd brandstofbesparing opleveren. Als je 50 rijdt in z’n vier, dan zou dit niet zo zijn. Meneer Postmus van de DAB garage in Drogeham: ook dat bespaart brandstof. Een cruise control is in staat om een auto constant 50 km per uur te laten rijden. Daar heeft de rechter voet het over het algemeen veel meer moeite mee. Daarmee stelt Postmus volgens mij dat je geen 50 zou mogen rijden in z’n vier. Wel eens van het nieuwe rijden gehoord?
De automotor moet een dusdanig toerental hebben dat deze zonder moeite de snelheid kan handhaven. 30 rijden in de vierde versnelling gaat bij de meeste auto’s niet lukken. Bovendien is het dan ook ondoenlijk om vaart te maken als dat eens nodig zou zijn. Terug schakelen is het devies als er snelheid gemaakt moet worden.
Een automotor gaat niet kapot van constant 50 rijden in z’n vier.
Het zou wenselijk zijn dat alle auto’s worden uitgerust met cruise control en dat men dit verplicht zou moeten gebruiken op de autosnelweg. Dat levert een aanzienlijke brandstofbesparing op en het wordt ook nog eens veel rustiger op de weg door al die constant rijdende chauffeurs.
Mocht een automotor kapot gaan door verkeerd gebruik, dan heeft dit naar mijn idee niets te maken met de cruise control maar met de bestuurder van de auto. Lees verder op soort zoekt soort.
(23/08/2010aanv) Een cruise control werkt in de lagere versnellingen niet en inschakelen is beneden een bepaalde snelheid (ongeveer 50km/u) niet mogelijk. In mijn auto moet ik minimaal in de vierde versnelling rijden en ten minste 48 km/u rijden). Stel dat de motor het te moeilijk krijgt met als gevolg een dalende snelheid, dan schakelt de cruise control uit. In heuvelachtig landschap is 50 rijden op de cruise control om die reden minder slim en handig.